Zand

Cover "Zand"Auteur: Yvonne Gillissen

Zand – drieluik is een verzamelbundel van drie aparte novellen die onafhankelijk van elkaar gelezen kunnen worden, maar samen is de som meer dan het geheel der delen. In ieder verhaal staat de ontwikkeling van een vriendschap of een relatie centraal die soms, in een andere tijd, op een andere plaats, in een nieuwe vorm weer een onverwacht vervolg krijgt. In het reisverhaal CHRISTOPHER BOX ontmoet choreografe Rosa VanderBurgt in Marokko de jongere Engelsman Christopher Box. Na een langzaam proces van ontgrenzen opent zij zich voor hem. In NACHT VAN DE KODIAKBEER staat de enerverende vriendschap van twee verschillende vrouwen centraal. Adrienne is wat kleurloos en onzeker maar wil zich ontwikkelen tot scenarioschrijfster. Zij ontmoet Janine, een filmregisseuse met een uitbundige leefstijl. Het leven van Adrienne verloopt in het laatste verhaal PAR-DOUCE weinig bevredigend. Ze beseft dat ze het roer moet omgooien, maar het lukt haar niet om duidelijk richting te kiezen. Door een aanvaring met Christopher Box leert ze om over de schaduw van het verleden heen te stappen.

Leesfragment:

Christopher Box

“Het mineraalwater was lauw en smaakte naar metaal. Ze keek aarzelend om zich heen, borg de fles in haar tas en liep toen vastbesloten door. Kom – ze was amper begonnen en het geschreeuw van de spelende kinderen uit Amezrou klonk nog in haar oren. Teruggaan was slechts een draai van honderdtachtig graden, stelde ze zichzelf gerust; bovendien was de weg nog steeds geasfalteerd. Volgens de reisgids lag Tamegroute hooguit achttien kilometer ten zuiden van Zagora. De lokroep van de woestijn en de belofte om daar zandduinen te kunnen aanschouwen zoals op de uitgekiende plaatjes, had haar gisteravond op haar hotelkamer doen besluiten tot deze onderneming. Het had haar zonder meer pittig geleken, maar niet onmogelijk en daarom moest het op zijn minst geprobeerd worden. Er bestond een kans dat deze tocht haar interessant materiaal op zou leveren wat ze misschien kon gebruiken voor haar werk. Bovendien dwong de nieuwsgierigheid om te kijken tot hoever ze komen zou; misschien was dit een gelegenheid om grenzen van haar lichaam en geest te ervaren of zelfs te verleggen – al verdiende dat laatste wel wat optimisme, had ze zich gerealiseerd en was toen tamelijk tevreden weggegleden in haar vijfde Marokkaanse nacht.
De zon brandde behoorlijk. Het vocht liep over haar rug; zweten kon lekker zijn. Ze haalde het spijkerjasje uit haar tas en zwaaide het over haar hoofd: liever geen zonnesteek. De rode en okergele aarde ademde een weidse, sombere stilte. Ze was nu helemaal alleen en echt prettig – dat voelde anders. Dit was zwaarder dan wat ze had gedacht en ze had nog minstens driekwart voor zich, maar het leek haar beter om daar niet bij stil te blijven staan. Bij het eerstvolgende bankje zou ze gaan zitten om haar zonnebril schoon te vegen en vervolgens wat dadels te eten die ze vroeg in de ochtend gekocht had. De weg slingerde en werkte zich moeizaam omhoog over een heuveltje. Ze draaide zich om en zag dat ze de lemen huisjes van Amezrou al een stuk achter zich gelaten had, alsof ze voorgoed wegdreef van een laatste houvast. Maar het was natuurlijk gewoon een teken dat ze vorderde, stelde ze zichzelf gerust. Ze liep verder. Haar benen begonnen licht te trillen. Het geluid van een naderende Toyota deed haar overwegen om te liften. Voordat ze hier naar handelen kon had de wagen haar al ingehaald om achter het heuveltje te verdwijnen; de plaatselijke bevolking reisde per auto, de domme reiziger te voet! Het zweet liep langs haar gezicht en haar tong likte haar zoute lippen – hoeveel warmer kon het nog worden? Waar was een bankje om even te rusten? Opeens hoorde ze zichzelf in jankerige uithalen hardop lachen. Haar schouders begonnen te schokken en het jasje viel van haar hoofd. Ze zakte hinnikend door haar knieën neer langs de weg – welja, wat onnozel: deze stadsmuis op gympen dacht aan comfortabele bankjes in de Sahara!… stomme toerist die ze was…
Haar gelach werd opgezogen door de stilte. Uit haar tas haalde ze een zakdoekje, nam de zonnebril van haar gezicht en kneep haar ogen tot spleetjes. Het licht stak gemeen en fel. Ze wreef de glazen schoon en zette het montuur daarna weer boven op haar neusbrug. In dadels had ze helemaal geen trek meer. Ze nam opnieuw een slok van het lauwe water, sloeg het roodgele stof van haar smoezelige broekspijpen, keek om zich heen en overwoog haar trip: zou ze al zo snel opgeven? Geen teken van leven terwijl ze niet eens zo gek ver van de bewoonde wereld was. Een zuchtje wind deed wat zand speels opstuiven. Er ontstond een kleine dans van korrels die elkaar opzochten, om elkaar heen draaiden in grillige patronen, samen klonterden om daarna, wanneer ze genoeg van elkaar leken te hebben in verschillende richtingen uit elkaar te waaien. Prachtig. Organisch. Hetzelfde gebeurde op enkele plekken verderop in andere vormen, maar even sierlijk en met een arrogante vanzelfsprekend. Een cadeautje, zomaar voor haar. Als dansers eens zo zouden kunnen bewegen!… Ze besloot om door te zetten, kroop overeind en bedekte haar hoofd opnieuw met haar jasje. Achter het heuveltje kwam een kleine daling. Eigenlijk hoefde ze alleen maar de weg te volgen, als een tapijt rolde hij immers voor haar uit. Het was stap voor stap het uitgestippelde pad bewandelen, velen waren haar voor gegaan en zo moeilijk was dit toch niet? De stilte slingerde zich in een langzame greep om haar heen. Ze bleef staan. Wat stelde haar zorgvuldig in vorm gehouden lijfje hier voor? Het besef van haar eigen nietigheid in deze grootse, open ruimte vertakte zich met een verlammende werking door haar heen. Ze wilde het lopen hervatten maar haar benen begonnen te weigeren alsof ze bang werden. Het was verbazingwekkend: de trotse benen van Rosa Vanderburgt, benijd en geprezen door vriend en vijand wilden opeens niet meer. Haar twee beste kameraden, bevangen door zoiets monumentaals, lieten het zomaar afweten. Had zij ruimtevrees?! Haar shirt plakte op haar rug. Plotseling werd haar borst samengedrukt. Om haar mond staken speldenprikken, ze hapte naar adem. Haar gedachten schoten duizend cirkels rond. Natuurlijk – Gundrun! ‘Ik moet rustig blijven, juist nu,’ wist ze en graaide in haar tas naar de zak met dadels. Het lukte niet om ze eruit te kieperen. Ze zaten vastgeplakt aan het plastic, als halsstarrig verzet tegen de zwaartekracht. Met haar hand trok ze de klonterende massa los en liet hem op de grond vallen. Het spijkerjasje gleed van haar hoofd. Ze hapte in het rond, haar vingers begonnen te tintelen. Zo goed als ze kon probeerde ze de zak naar haar mond te brengen om er in te ademen. Dit zou vanzelf weer over gaan, wist ze, het was een kwestie van tijd. Na eeuwige minuten ebde de beklemming uit haar borst weg; langzaam kreeg ze weer voldoende lucht. Zo voelde dus hyperventilatie. Nu had ze het voor het eerst zelf aan den lijve ondervonden. Vreselijk! Wat een lijdensweg voor Gundrun iedere keer. Voortaan zou ze wat aardiger voor haar zijn, nam ze zich voor. Ze bleef nog een poosje stil staan.
‘Experiment afgesloten,’ concludeerde ze ontgoocheld. Ze bukte zich om haar jasje op te rapen, bedekte haar hoofd en liep langzaam terug. De geklonterde dadels bleven als hondenpoep op het asfalt achter. Ze draaide de deur op slot en ging onmiddellijk op bed liggen. Douchen zou ze later doen.
Daar lag ze dan, weliswaar aan de poort van de Sahara, maar moederziel alleen in een veel te dure hotelkamer. Hier had ze zelf voor gekozen! ‘Ik als man zou dat niet durven, in mijn eentje naar Marokko,’ had de weinig heldhaftige Joris gezegd nadat ze hem de sleutel van haar woning had overhandigd. Bij hem zouden haar planten in goede handen zijn.
‘Ben je niet bang?’ had hij haar gevraagd met een peilende blik.
‘Ramadan. Anders zou ik het niet doen,’ had ze geantwoord. Ze had wel vaker alleen gereisd en wist waarmee ze rekening moest houden. Het was zo verdomd goed uitgekomen om een nieuwe reis te maken. In een nieuwe, onbekende omgeving zou ze tot frisse, originele ideeën kunnen komen. Ze zou tijd genoeg hebben om zorgvuldig aan een goed concept te werken voor haar allereerste choreografie! Vreselijk spannend, maar doodeng. Ze kende de dansers nog niet, maar volgens horen zeggen waren het semi-professionals van acceptabel niveau.”

Fictie / Nederlands / E-book / ISBN: 9789493016071 / Druk: 1 / juni 2019 / 185 pagina’s / EPUB met digitaal watermerk / Cover en tekstopmaak: Niek van Wijngaarden